Programma


Het is een stevig, 1 jarig programma met zowel een kennislijn als een persoonlijke leerlijn. Alle onderwerpen worden benaderd vanuit de CanMeds-rollen, zoals omschreven in het Expertisegebied Wijkverpleegkundige (V&VN 2012). In het programma staan dialoog en meester-gezel-leren leren centraal.

Het programma omvat de volgende modules:

1.  Introductie en basis Wijkverpleegkunde

In deze module leer je waar het vak vandaan komt, hoe het is georganiseerd en wat de theoretische grondslag van het vak is.

2.  Wijkverpleegkundig domein en grenzen

Deze module richt zich op het werken in de praktijk en de dilemma’s, kaders en grenzen die je daarbij tegenkomt. De onderwerpen die worden aangestipt betreffen o.a. de reikwijdte van het wijkverpleegkundig domein, en het samenwerken met andere professionals in de eerste lijn. De grenzen van de reikwijdte van het wijkverpleegkundig handelen zijn niet altijd helder. De beroepscode biedt hiervoor handvatten.

3.   Kwaliteit

De kwaliteit van het wijkverpleegkundig handelen staat centraal in deze module. Kwaliteit wordt primair bepaald door de wijze waarop je als wijkverpleegkundige een relatie aangaat met de cliënt, hoe je dit uitbouwt en onderhoudt en waar je vervolgens je handelen op baseert. Deze thema’s staan centraal in deze module.

4.  Methodisch handelen

In deze module wordt de theorie uit de eerste modules toepasbaar gemaakt voor de dagelijkse praktijk. Het indiceren heeft daarin een prominente rol en behoort toe aan de wijkverpleegkundige. De wijze van indiceren is gericht op proces en outcome en stuurt op de juiste interventies. Vervolgens is het van belang dat de interventies op een juiste manier worden gepland en geregistreerd.

5.  Innoveren

Stilstaan is achteruit gaan. Wijkverpleegkundigen passen hun werk doorlopend aan aan nieuwe inzichten en mogelijkheden. Dat kan een nieuwe technologie betreffen, maar ook een verandering in de organisatie van zorg. Maar hoe weet je welke vernieuwing ook een verbetering is? En hoe voer je dat dan op een goede manier in? Deze module is bedoeld om je hiervoor bruikbare handvatten te geven.

6.  Ondernemen

Ondernemen is meer dan een bedrijf oprichten. Ondernemen is begrip hebben voor kansen, kosten en opbrengsten. De veranderende positie van de wijkverpleegkundige vraagt om ondernemend vermogen waarvan onderhandelen, kostprijsberekeningen en bedrijfsvoering onderdeel zijn.

7.  Toetsing

Ieder blok wordt afgerond met een toets. Deze kan bestaan uit verschillende, wisselende vormen:  zoals een kennistoets, essay en/of presentatie. Om presentatievaardigheden te ontwikkelen wordt veelvuldig in de groep zelf gepresenteerd. Studenten ontvangen van zowel docenten als medestudenten gericht feedback.

8.  Afronding

De studie wordt afgerond met een eindscriptie, die je samen presenteert op een symposium.


Deze opleiding onderscheidt zich van anderen opleidingen omdat wij niet alleen aandacht hebben voor kennis, maar nog veel meer voor attitude. Studenten worden gedurende het gehele opleidingstraject gecoached. Je wordt uitgedaagd, getraind en ondersteund om een open lerende houding aan te nemen om met de cliënt, samenwerkingspartners en collega’s de dialoog aan te gaan. Het geleerde toepassen is drempels wegnemen in je eigen ontwikkeling. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Daar zijn wij ons van bewust als we samen met jou de grenzen opzoeken. De basis voor deze persoonlijke leerlijn dient in aanleg aanwezig te zijn. Bij aanvang van de opleiding maakt de student een persoonlijk leerprofiel aan op basis van kennis, ervaring, attitude en vaardigheden ten opzichte van het nieuwe beroepsprofiel Expertisegebied Wijkverpleegkundige.

De inhoud van het curriculum wordt doorlopend afgestemd op actuele ontwikkelingen en in samenspraak met de beroepsvereniging V&VN.